Principes 3 en 4 van pilates

Ademhaling
De meeste mensen hebben een oppervlakkige ademhaling dat veelal het gevolg is van een stressvol leven. Vaak wordt slechts 50% van de longcapaciteit benut bij het ademen. Daarbij komt het ook regelmatig voor dat mensen hun adem inhouden wanneer ze een nieuwe of moeilijke opdracht uitvoeren. Wie start met Pilates training vergeet vaak zelfs uit te ademen als ze een moeilijke oefening aanleren. Wanneer je je adem inhoudt span je zodanig je spieren waardoor een reeds bestaande verkeerde lichaamshouding nog meer verslechtert en aanwezige spierspanningen nog meer verergeren. Joseph Pilates begreep het verband tussen goed in- en uitademen en zag hoe je pas volledig kan inademen als je ook compleet en diep uitademt. Daardoor wordt een hogere zuurstoftoevoer naar alle cellen en betere afvoer van afvalstoffen gestimuleerd.
Ademen terwijl je beweegt is niet altijd een eenvoudige opgave, maar als je daarin slaagt ben je tot zoveel meer in staat. Een doelgerichte correcte ademhalingstechniek helpt om het lichaam te stretchen en spanning los te laten. Diep inademen en volledig uitademen traint bovendien de longen en verhoogt de longcapaciteit, en als neveneffect krijg je er een diepe ontspanning bij.

Controle
Een van de fundamentele regels van de Pilates Methode is: doe elke oefening met controle. In Pilates is iedere beweging belangrijk en wordt efficiënt en vloeiend gecoördineerd. Om meesterschap te bereiken in Pilates moet je ieder deel van je lichaam ten allen tijde controleren. Deze regel behelst niet alleen het uitvoeren van de oefening zelf maar ook de overgang (transitie) van de ene naar de volgende oefening. Armen en benen worden gestuurd en niet gegooid en/of overgelaten aan de invloed van de zwaartekracht. Zo train je in controle jouw spieren waardoor ze al werkend verlengd worden. Via wat men noemt ‘excentrische contracties’ worden spieren lang en soepel. Leren bewegen vanuit controle geeft je zelfvertrouwen.